BANER.jpg
- - - Menu - - -

Gymnastiekvereniging K.D.O. bestaat al vanaf 1916!
KDO werd opgericht voor uitsluitend mannen. Men startte met een groep van 19 leden. Nu is het een algemene gymnastiekvereniging met circa 60 groepen en meer dan 1000 leden van kleuters tot 60+'ers van beide sexen. In al die jaren is dus wel het één en ander gebeurd. Laten we eens zien hoe dat in zijn werk is gegaan.

Wel, het begon op 4 mei 1916. In hotel "De Prins" kwamen enige heren bijeen met het doel een gymnastiekvereniging op te richten voor volwassen mannen. Grote inspirator was de 38-jarige heer A.J. Roggeveen, secretaris van de Apeldoornse afdeling van "Volksweerbaarheid". De op te richten vereniging was bedoeld als een onderafdeling daarvan. Volksweerbaarheid had tot doel met onder andere sport, gymnastiek en openluchtspel de weerbaarheid van het volk te bevorderen. Mede-oprichter, de 26-jarige heer J. Gilson, werd de leider, toen directeur genoemd. Voor kleine jongens was er in Volksweerbaarheid al een gymnastiekclub, "Klein Maar Dapper" geheten.

Op de 2e vergadering op 8 juni 1916, gehouden in de gymzaal van de HBS werd de naam Kracht Door Ontwikkeling gekozen. Deze naam werd voorgesteld door dhr. Roggeveen en versloeg met slechts 1 stem de door dhr. Gilson voorgestelde naam: Willen Is Kunnen.

Dhr. J. Grevestuk werd als eerste voorzitter gekozen. Echter niet voor lang, want in 1917 werd directeur Guson tevens voorzitter. Ook dat was geen lang leven beschoren. In 1918 moest dhr. Roggeveen op een roerige vergadering de aanwezigen voorhouden dat een lakse houding van sommige bestuursleden en een te slappe leiding niet de goede weg was voor het voortbestaan van de vereniging.

Bij acclamatie werd toen dhr. C. van Zutphen tot voorzitter gekozen. Deze nam de benoeming voorlopig aan, zo hij zei, tot een geschiktere kandidaat gevonden zou zijn. Pas 23 jaar later legde deze voorzitter op 67-jarige leeftijd wegens gezondheidsredenen zijn functie neer. We kunnen wel aannemen dat er in al die tijd geen betere voorzitter voorhanden was.

Van hem is, naast zijn bestuurlijke kwaliteiten, onder andere bekend dat hij uit eigen zak gymkleding voor jongens uit erg arme gezinnen betaalde. Het was toen namelijk verplicht op elke oefenavond de voorgeschreven witte turnbroek en de daarbij behorende "gymnastiekpantoffels" te dragen.
Terecht werd dhr. C.van Zutphen na zijn afscheid tot erevoorzitter benoemd.

Dat KDO door de jaren heen zo'n goede naam en gedegen reputatie in de gymnastiekwereld heeft opgebouwd is zeker niet in de laatste plaats te danken aan die personen, die lange jaren achtereen voor hun club op de bres hebben gestaan. Daar steken dan met kop en schouders bovenuit, na dhr. C. Van Zutphen, mannen als:


Jan Bos

Lid vanaf 1921,
Voorzitter feestcommissie vanaf 1928,
Bestuurslid vanaf 1945,
Voorzitter vanaf 1951,
Erelid vanaf 1971 en
Erevoorzitter vanaf maart 1976.


Marten Mienstra

Lid vanaf 1922,
Bestuurslid en penningmeester vanaf 1924,
Erelid vanaf 1956.


Jan Krans

Lid vanaf 1922,
Bestuurslid vanaf 1927,
Erelid sinds 1973.

Aspiranten jongensgroep

v.r.n.l.: Jan Krans, de Wilde, Geerlings, Vosselman, Jan Bos, Nummerdor, Marten Mienstra, Geerdes, van Vuren, Breda en Blom.

 

 


Maar nu eerst weer terug naar het jaar 1919, een zeer belangrijk jaar voor de vereniging. Er was behoefte aan een aspiranten jongensgroep, voor die jongens die te groot waren voor "Klein Maar Dapper" en te jong voor KDO.

De herenafdeling moest gesplitst worden, er waren er teveel voor één oefenavond. Ja dat was met recht "die goede oude tijd". Er werden 4 leden geroyeerd omdat ze niet regelmatig op de oefenavond kwamen... Dhr. Roggeveen vertrok uit Apeldoorn en werd KDO's eerste erelid. Er zouden er in de loop van de jaren meerdere volgen die dat predikaat opgespeld kregen.

KDO-leden met de K.N.G.V.-pet

 

KDO werd lid van het N(ederlandse) G(ymnastiek) V(erbond) en besloot de uniformpet hiervan aan te schaffen. Naast gymnastiek werd er ook aan atletiek, korfballen en schermen gedaan en daarom werd de naam officieel veranderd in: "Gymnastiek en Schermvereniging K(racht) D(oor) O(ntwikkeling)".

KDO mocht in die tijd beschikken over de volgende Volksweerbaarheidseigendommen:
 - 1 compleet korfbalspel
 - 2 speren
 - 2 discussen
 - 1 slingerbal

Zelf bezat KDO 1 polsstok.

Er werden vele gezellige fietstochtjes door de leden ondernomen en dit bevorderde de onderlinge band zodanig, dat van een grote familie gesproken kon worden.

Damesafdeling KDO
De jongedame Stien Uyt den Bogaard wilde evenals haar broer aan gymnastiek gaan doen. Daarom vroeg zij directeur Gilson of dat mogelijk was. Van zijn kant was er geen bezwaar als zij een groep van minimaal 14 dames bijeen wist te krijgen. Dat was zeer snel geregeld en zo had KDO in 1919, na verkregen goedkeuring op de jaarvergadering, een damesafdeling.

Van nu af aan bestond KDO dus uit:
- 2 herenafdelingen
- 1 jongensafdeling
- 1 damesafdeling

Een heel mooi resultaat na 3 jaar!

Het eerste vrouwelijke KDO uniform gedragen door de dames Modderkolk en Gilson.

Financieel ging het ook niet slecht. 1919 eindigde met een batig saldo van Fl. 119,13 bij een inkomstentotaal van Fl. 540,-. Stien Uyt den Bogaard, het eerste KDO dameslid in 1919 werd in 1925 bestuurslid en zij werd bij haar vertrek uit Apeldoorn, inmiddels Mw. Klein Bussink geheten, in 1949 tot erelid benoemd.

 

In één adem met haar moeten we nog 2 zeer prominente damesleden noemen. Lyda Wisselink, werd lid in 1921 en bestuurslid in 1924. Zij trouwde en de nu mw. L. Verschuur-Wisselink geheten werd secretaresse in 1932 en erelid in 1969. Diet Bulder, werd lid in 1935 (eerst aspirantje), bestuurslid in 1956, penningmeesteresse in 1960 en is erelid sinds 1989.

KDO groeit
Het toenmalige bestuur ging beslist niet op zijn lauweren rusten. Omdat in 1923 gymnastiek op school in Apeldoorn werd afgeschaft (ook toen al!), werden er afdelingen voor jongens en meisjes opgezet, terwijl een jaar eerder "Klein maar Dapper" al in zijn geheel in KDO was opgegaan.
Met goed gevolg werden in 1923 vier dames en vier heren naar een voorturnerscursus gestuurd en slaagden er drie dames en zes heren voor de vaardigheidsproeven van de Sallandse Turnkring, de onderafdeling van het N(ederlandse) G(ymnastiek) V(erbond), waar KDO onder ressorteerde.
Het jaar 1923 werd afgesloten met 227 leden en twee ereleden, want in 1921 was aan penningmeester Kelderman wegens vertrek naar Deventer het erelidmaatschap verleend.

Een nieuw eigen vaandel werd op 31 augustus 1923 met een feestavond en een foto ingewijd. KDO heeft in dat jaar liefst 15 verenigings- en diverse persoonlijke medailles gewonnen bij de Sallandse Turnkring-wedstrijden. Dit op de onderdelen gymnastiek, korfballen en atletiek. De korfbalgroep was kampioen geworden en ging over naar de G(elderse) K(orfbal) B(ond). Bij de gymnastiek waren drie van de vier beschikbare eerste plaatsen voor KDO.

Als één familie uit met de vereniging.

 

 

 

 

 

 

 


Het bleef gezellig bij KDO, men ging naar bondsfeesten, onder andere in Amsterdam waar het volgende versje bij hoorde:

Wij gaan naar Amsterdam
met de hele ratjeplan
KNGV ontvangt ons daar
daar is de boel wel voor elkaar
Wij gaan gezellig uit
Zonder een kans op buit
Dat is ons wel naar de zin
Wij gaan het stadion in.

De gezellige fietstochtjes voerden vaak naar Nunspeet, waar men zich vermaakte met onderlinge wedstrijdjes. Ook de aspiranten en hun ouders waren dan van de partij.


Ruim 7 jaar na de oprichting een eigen vaandel.

Clublied
In 1929 werd besloten een eigen clublied te laten componeren en de componist nam voor de eerste regel de dichterlijke vrijheid KDO maar Kracht door "oefening" te noemen.

Crisisjaren
De crisisjaren waren niet alleen voor de mensen moeilijk, ook de vereniging kampte met financiële moeilijkheden. Op 28 juni 1931 werden de aspiranten op kosten van de vereniging per autobus naar de Kringdag in Kootwijk vervoerd. Het gevolg hiervan was, dat de penningmeester het K.N.G.V. om uitstel van betaling moest vragen. In 1933 was de kas zelfs zo leeg, dat de directeur met een lager salaris genoegen moest nemen

Uit het jaarverslag over 1933 lezen we dat KDO uitkwam bij wedstrijden van de "IJsselstreek" de afdeling van het K.N.G.V. waar Apeldoorn nu onder viel.

KDO deed mee met:
5 damesgroepen
1 x 1e graad (4 dames)
2 x 2e en 3e graad (elk 6 dames) en 4 herengroepen
1 x 1e graad (4 heren)
2e graad (6 heren)
2 x 3e graad (elk 6 heren)
Totaal dus 50 gymnasten.

Een deel van de succesvolle damesafvaardiging.

En de resultaten? Bij alle drie de categorieën behaalden de dames de 1e plaats en de heren de 2e plaats. En dit waren beslist niet de enige prijzen die behaald werden. KDO was in de omgeving een geduchte concurrent.

 

Er werd in die dagen stevig geturnd, in herenlessen van 2 uren per avond en dames, jongens en meisjeslessen van anderhalf uur per avond. De toenmalige directeur dhr. Jonkers werd op het matje geroepen omdat hij teveel ritmische gymnastiek gaf. De dames wilden dat niet, ondanks dat er chocolade werd uitgedeeld als ze goed hun best hadden gedaan.

In 1933 was er weer een herindeling van het K.N.G.V. en nu ging KDO over naar de N(eder) V(eluwse) T(urnkring).

Ook deze heren zetten bij deze wedstrijden hun beste beentje voor.

Mannelijke turners
In 1936 had de damesafdeling een primeur met 2 mannelijke voorturners, te weten de heren Jan Krans en Co Aberson. In de notulen van de jaarvergadering lezen we: "Deze proef heeft tot volle tevredenheid van alle betrokkenen gewerkt", zodat besloten werd hiermee door te gaan. Een wel zeer revolutionair besluit voor die tijd.

Datzelfde jaar had KDO 3 dames namelijk Jo Krombos, mw. G. Aberson-Keizer en mw. Olszeweski in het keurkorps van de N.V.T.
Dit keurkorps bestond uit de 10 beste dames van de 15 bij de N.V.T. aangesloten verenigingen. In 1937 wist mw. Olszeweski dit te prolongeren en kreeg zij gezelschap van Marie Krans. Dhr. Co Aberson kwam 1/4 punt tekort voor het herenkeurkorps.




In diezelfde tijd wilde het K.N.G.V. het laagrek-turnen voor dames in wedstrijden afschaffen omdat dit geen vrouwelijk toestel zou zijn, maar KDO en vele andere verenigingen bleven er voorlopig mee doorgaan. Pas in 1953 werd rekstok voor dames afgeschaft om plaats te maken voor brug-ongelijk. Wij weten nu welke adembenemende oefenstof door de dames aan dit toestel gebracht kan worden.

Directeur Jansen legde na jarenlang gedoe van wel heren en geen dames, geen heren en wel dames dan wel beiden in 1939 definitief de leiding neer. In die roerige tijden waren het vooral de heren Mienstra en Krans die de leiding waarnamen als dat nodig was, en dat gebeurde nogal eens.

Het viel echter niet mee een goede opvolger te vinden. Men schatte nu de straffe leiding van dhr. Jansen met vooral het accent op de afwerking als: armen en benen strekken, op de juiste waarde. De oud-leden hebben het er nu nog over!!

In 1941 werd na enige niet geslaagde proefperiodes met andere gegadigden, dhr. A.C. Pollen als directeur aangetrokken.

In 1941 trad dhr. C. van Zutphen als voorzitter af en werd hij tot erevoorzitter benoemd. Van het nu weer N.G.V. (vanwege de oorlog zonder Koninklijk) kreeg hij de medaille van verdienste. Als nieuwe voorzitter werd dhr. G.Verschuur, al KDO-lid sedert 1928, gekozen.

1940-1945
Zwarte dagen voor Nederland, ook in het verenigingsleven. Geen geschikte tijd om het 25-jarig bestaan van KDO in 1941 te vieren. Er werd volstaan met 1 gratis consumptie op de jaarlijkse feesten, te weten 's middags voor de jeugd en 's avonds voor de leden. De eerste jaren werden er nog wel fietstochtjes naar Nunspeet georganiseerd en tot 1943 waren er ook de jaarlijkse uitvoeringen in schouwburg Tivoli.


Deelnemers aan een N.V.T. cursus in 1943, waaronder 3 KDO-leden. Midden vooraan herkennen we Coba v.d. Pol, rechts achter haar Gerrit Illbrink en het kleine hoofd tussen de 2e en 3e heer rechts vooraan is van Teun van Laar.

Van N.V.T. zijde werden cursussen op de zondagen in Arnhem georganiseerd die door enige KDO-leden met goed resultaat werden gevolgd. Maar vanaf eind 1943 moest iedereen van de bezetter 's avonds na 20.00 uur binnenshuis blijven en daardoor werden de lessen gestopt.

KDO telde toen 271 leden.

De vereniging werd gelukkig niet getroffen door verliezen vanwege oorlogshandelingen en ook niet door zuiveringen na afloop. Maar heel de vereniging leefde wel mee met het echtpaar Verschuur dat hun enige dochter Ellen (15 jaar en aspirantlid) in 1945 door ziekte verloor. Als gevolg hiervan was penningmeester Marten Mienstra als enig dagelijks bestuurslid (de heer en mevr. Verschuur waren respectievelijk voorzitter en secretaresse) enige tijd "alleenheerser" in KDO. Voor de zoveelste keer hielp hij de vereniging kundig door moeilijke tijden heen.

Bevrijding
De praalwagen met v.l.n.r. Feike Boorsma, Marie Krans, Truus Andringa, Annie v.d. Wal en Alie Popma.

Op 11 en 12 augustus 1945 werden er bevrijdingsfeesten in Apeldoorn gevierd. De gezamenlijke Apeldoornse gymnastiek-verenigingen verzorgden een volksdans om de bevrijdingsboom op de markt en er was een flinke KDO-deelname aan de optocht met praalwagens.

De lessen werden weer zo goed als mogelijk hervat.
Op de eerste Algemene Ledenvergadering na de bevrijding in februari 1946 werd Jan Bos als waarnemend voorzitter benoemd, omdat de heer Verschuur hiertoe nog niet in staat was.

Om na de oorlog fris te kunnen beginnen trad het gehele bestuur af en werd voorgesteld een nieuw bestuur te kiezen, waarin de heren Verschuur (voorzitter) en J. Bos (waarnemend voorzitter) al zitting hadden.
De dames A. Verschuur en St. Uyt den Bogaard en de heren M. Mienstra en J. Krans werden herkozen en nieuw waren Mw. M. Coenraadts, en de heren G. Ilbrink en J. Richter.

Het tweede Bondsfeest in 1948 in Arnhem werd beheerst door een hittegolf. De E.H.B.O. had topdrukte met de vele flauwvallers.

Damesveteranen
De leiding bij de heren werd door Jan Krans en Gerrit Ilbrink in 1947 overgenomen en in 1950 kwam de climax in de controverse tussen dhr. Pollen en het bestuur, met als gevolg ontslag per 1 mei. Hij zocht met medeneming van een flink aantal aspiranten zijn heil bij een andere vereniging. Geen prettige tijd voor het bestuur, maar het ging niet bij de pakken neerzitten.

Hr. Hoogland samen met vaandeldraagster Marie Coenraadts.

Het was beslist niet gemakkelijk goede leiding te vinden, maar de heren Verschuur en Bos wisten uiteindelijk dhr. Hoogland uit Amersfoort te bewegen naar de KDO-dames in Apeldoorn te komen. De eerste indrukken van dhr. Hoogland over KDO waren:
- peil: slecht
- ambitie: groot
- discipline: uitstekend

Ook de ambitie van dhr. Hoogland liet niets te wensen over.

In 1946 besloot men te trachten een damesveteranen afdeling op te richten voor jong getrouwde vrouwen. Men protesteerde tegen de naam veteranen, later werd dit senioren en weer later dameshuisvrouwen. Maar succes had het wel.

De eerste uitvoering na de bevrijding was op 25 januari 1947 en de tweede al op 1 november van datzelfde jaar. Dit laatste om de traditie van de uitvoeringen aan het eind van het jaar terug te halen.

Het eerste optreden van de damesveteranen was op deze novemberuitvoering. Grote hilariteit bij de diverse echtgenoten, maar ondanks dat, beloond met een daverend applaus.

Bij directeur Pollen, die sinds 1942 de leiding had, miste men toch wel heel erg de strakke, speciaal op goede afwerking gerichte, leiding van de legendarische heer Jansen.

Ook het samenstellen van oefenstof voor de uitvoeringen bleek niet zijn sterkste kant te zijn. Het was dan ook vaak te danken aan de kunde en inzet van de voorturners dat men toch met behoorlijke toesteloefeningen voor het voetlicht kwam.

Met voortvarendheid leidde hij KDO vanuit het diepe dal weer naar betere tijden. Om maar zo lang mogelijk van zijn lesgeven te kunnen genieten werd bij het station een fiets gestald, zodat hij zich vlot vice versa station - gymnasiumgymzaal kon verplaatsen en de laatste trein kon halen.

Sportuitwisseling
Bij de Sportuitwisseling van Apeldoorn met partnerstad Nottingham (G.B.) in 1949 was ook een KDO-groepje van 1 heer en 6 dames deel van de gymnastiekafvaardiging.

 

 

 

 

 

 

Het bestuur besloot in 1951 dat men wel met 7 in plaats van 9 leden de vereniging kon leiden. Om dit pijnloos te laten verlopen besloten de heren Verschuur en Illbrink zich niet meer herkiesbaar te stellen. En aangezien er verder geen teamkandidaten waren, werden de zittende bestuursleden herbenoemd en werd daaruit Jan Bos voorzitter.

Terugkijkend op het voorzitterschap van de sympathieke heer Verschuur waren deze 10 jaren voor hem ongeveer tropenjaren: oorlogstijd - zwaar persoonlijk verlies - controverse met de directeur en daardoor flink ledenverlies in de vereniging.
Dhr. G.Verschuur werd uiteraard Erelid.

Van de opbrengst van de verkoop van de Anjerloten (georganiseerd door mw. H. Holtrigter) en Persilemmertjes (georganiseerd door mw. M. Zinnemers) kon na 2 jaar een eigen langemat aangeschaft worden.

KDO Vlag
Jo van Veldhuizen-Zinnemers overhandigt in haar functie van voorzitster van de vlagcommissie de nieuwe verenigingsvlag aan voorzitter Jan Bos.

Vaandels werden uit de tijd gevonden en daarom werd er een nieuwe verenigingsvlag ontworpen. Op de feestavond tegen het tienjarig bestaan werd deze door de vlagcommissie overgedragen aan het bestuur.

Eigenlijk kon ook voor de aspiranten een vaandel niet meer, maar de contanten ontbraken om nog een vlag te laten ontwerpen en maken. Gelukkig beschikte KDO in de persoon van mw. Kramer over iemand, die voor minimale kosten een zeer professioneel uitziende aspirantenvlag wist te maken. En de vereniging begon zich weer op te richten onder dhr. Hoogland en de nieuwe voorzitter, Jan Bos, die er met zijn enthousiasme ook een flinke schep bovenop legde. Schouwburg Tivoli werd bioscoop en daardoor niet meer beschikbaar voor uitvoeringen.
In 1954 werd met volle medewerking van het weer een openluchtuitvoering op de Wielerbaan gehouden. Jubileum uitvoering in openluchttheater Berg en Bos met op de achtergrond de nieuwe aspirantenvlag.
Vanaf 1955 tot en met 1959 werden de jaarlijkse uitvoeringen op het Robur et Velocitas-veld, dat toen nog aan de Asselsestraat/Driehoek lag, gegeven. Elk jaar was het wel erg spannend of het wel droog zou blijven!